Lichtbron en kleurtemperatuur: warm licht of koud licht?

Kelvin bepaalt de sfeer
Kleurtemperatuur wordt uitgedrukt in kelvin, en tegen de intuïtie in geldt: hoe lager het getal, hoe warmer het licht. 2200 kelvin is het amberkleurige licht van een kaars, 2700 is warm wit, 4000 is neutraal wit en daarboven wordt het blauwig.
Voor een terras of eettafel buiten wilt u 2200 tot 2700. Alles daarboven maakt van uw tuin een bedrijfsterrein. Voor een oprit of een pad waar het om zien gaat en niet om sfeer, is 3000 tot 4000 wel te verdedigen.
Kies daarnaast dezelfde kleurtemperatuur voor alle lampen in één zichtlijn. Twee armaturen naast elkaar waarvan de één 2700 en de ander 3000 kelvin is, vallen meteen op — het menselijk oog is slecht in absolute kleur maar uitstekend in vergelijken.
Lumen: minder is meestal genoeg
Mensen kopen buiten stelselmatig te veel licht. Boven een eettafel volstaat 400 tot 700 lumen; dat is vergelijkbaar met een ouderwetse lamp van veertig watt.
De reden is dat het buiten donker is om de lamp heen. Uw ogen passen zich aan, en een felle lamp maakt daardoor niet meer zichtbaar maar juist minder: alles buiten de lichtkring verdwijnt in het zwart. Twee zwakke lampen geven vrijwel altijd een prettiger beeld dan één sterke.
Reken bij het bepalen van het aantal lumen ook mee wat de omgeving doet. Een lichte muur of een wit plafond onder een overkapping kaatst licht terug en verdubbelt de indruk; een donkere houten schutting slikt vrijwel alles op. Dezelfde lamp kan daardoor op twee terrassen totaal verschillend uitpakken.
Schemersensor, timer of schakelaar
Een schemersensor lijkt de logische keuze maar heeft een nadeel: hij schakelt in november al om half vijf in en brandt tot het licht wordt, ook als niemand buiten is. Dat is veel branduren voor weinig nut.
Een timer die na een aantal uur uitschakelt lost dat op, en een combinatie van beide werkt in de praktijk het prettigst: aan bij schemer, uit om elf uur. Bij een gewone schakelaar binnen bent u het vaakst vergeten dat het licht nog aanstaat.
Bewegingsmelders horen bij functionele verlichting, niet bij sfeerlicht. Een hanglamp boven een tafel die aanspringt zodra iemand langs de heg loopt, is meer hinder dan gemak.
Dimmen kan, maar niet zomaar
LED dimt alleen als zowel de lamp als de driver en de dimmer daarvoor geschikt zijn. Een niet-dimbare LED op een dimmer gaat flikkeren, zoemen of vroegtijdig stuk.
Bij armaturen met een vast ingebouwde LED kunt u de lichtbron niet vervangen; is die stuk, dan is de lamp stuk. Voor buiten is een armatuur met een gewone fitting daarom vaak verstandiger, ook al is de ingebouwde variant strakker vormgegeven.

